Touch ID vs Face ID: wat zijn de verschillen en overeenkomsten?
In dit artikel:
Apple hanteert twee verschillende biometrische ontgrendelaars: Touch ID (vingerafdruk) en Face ID (gezichtsherkenning). Touch ID verscheen op iPhones in 2013 en op iPads sinds 2014; de vingerafdruksensor is ook terug te vinden op recente MacBook Pro- en MacBook Air-modellen. Face ID werd later geïntroduceerd met de iPhone X en de iPad Pro van 2018. Tegenwoordig is Face ID de standaard op de meeste iPhones, terwijl veel iPads nog steeds Touch ID gebruiken — verwerkt in een thuisknop of de zijknop — en alleen de iPad Pro-lijn Face ID heeft.
Functioneel werken de systemen verschillend: Touch ID leest een geregistreerde vingerafdruk via een fysieke sensor (onder het scherm, in de zijknop of rechtsboven in het Mac-toetsenbord), terwijl Face ID een driedimensionale scan van het gezicht maakt. Beide vervangen de toegangscode en dienen om persoonlijke bestanden, foto’s en accounts op het apparaat af te schermen. Apple heeft functies toegevoegd om gebruik en flexibiliteit te vergroten: sinds iOS 16 kan Face ID op bepaalde toestellen (iPhone 13 en nieuwer) ook ontgrendelen als het toestel een kwartslag gedraaid is, en het systeem waarschuwt wanneer het gezicht te dichtbij komt.
Welke methode beter is, hangt af van situatie en voorkeur: Touch ID is praktisch bij situaties waarin het gezicht niet zichtbaar is, Face ID werkt handsfree en gebruikt dieptemetingen waardoor het moeilijker na te bootsen is. Voor gebruikers is de keuze vaak bepaald door het model dat ze hebben: nieuwere iPhones bieden meestal Face ID, veel iPads en bepaalde Macs blijven vertrouwen op Touch ID.